Verklarende woordenlijst

Uit Hifiwiki.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

Verklarende woordenlijst:

DT = Draaitafel

TT = TurnTable

DD = DirectDrive (draaitafel)

CD = Compact Disc

LP = Long Play

EP = Extended play

MC = MusiCassette

VV = Voorversterker

EV = Eindversterker

PA = Public Address, een geluidsinstallatie voor omroepen van personen, later ook gebruikt als verzamelnaam voor pro-audio installaties (zaalgeluid enz). Ook wel: SR = Sound Reinforcement, dat dekt de lading wat beter.

MI = Musical Instruments (amplifier).

MC = Moving Coil

MM = Moving Magnet

MI = Moving Iron (Bijv. Grado)

MMC = Moving Magnet Cross (B&O elementen bijvoorbeeld)

MD = Magneto-Dynamisch (verzamelnaam i.t.t. kristal- en ceramische elementen).

DAC = Digital-to-Analogue-Converter

ADC = Analogue-to-Digital Converter

Class A, B, AB, D, G, H, T = versterkerklassen, technische termen voor de werking en instelling van (audio) eindversterkers.

EV = eindversterker, ook wel hoofdversterker (HV).

HV = High Voltage, ook wel High Potential (HP) of High (Haute) Tension (HT) , bijv. bij electrostaten.

IL = Interlink

UcD = Universal Class D, D-versterkers van Hypex.

UL = UltraLinear, een bepaalde schakeling van eindbuizen waardoor ze eigenschappen van zowel penthodes als triodes hebben.

UGT = Uitgangstrafo (bij buizen).

IT = interstage Transformer, ook weer bij buizen.

OTL = Output Transformer Less, ietwat kromme uitdrukking voor een buizenversterker die geen uitgangstrafo's heeft. Zijn veel soorten in.

OCL = Output Capacitor Less, uitgang zonder condensator, verouderde term voor transistorversterkers.

SEPP = Single Ended Push Pull, een principe versterkeruitgang.

SRPP = Shunt Regulated Push Pull (ook andere verklaringen voor deze afko) , een principe van buizenschakeling.

THD = Total Harmonic Distortion, de optelsom van alle harmonische (niet-lineaire) vervorming. Verwant: IM(D) = InterModulation Distortion, de vervorming die onstaat door niet-lineaire werking van een versterkerelement.

TIM = Transient Intermodulation: vervorming die ontstaat door een sterke signaalpuls (clippen, blokkeren).

SID = Slewing Induced distortion, vervorming tengevolge van de traagheid van onderdelen in een schakeling.

Crossover = vervorming tgv. slechte instelling van overnamepunten van (push pull) eindtransistoren of -buizen.

Push Pull = eindtrap met twee tegengesteld werkende elementen waarvan het eindresultaat bij elkaar wordt opgeteld. Ook wel balans of complementair. Er zijn nog wel meer vervormingssoorten, maar die worden zelden tot nooit opgegeven. Een afwijking van de rechte frequentiekarakteristiek is bijvoorbeeld lineaire vervorming.

SNR = Signal-To-Noise Ratio: de verhouding van alle ruis en brom t.o.v. maximale uitsturing (of, als specifiek wordt vermeld, t.o.v. 1 watt of welk ander getal dan ook). Soms telt men N (Noise) + THD bij elkaar op.

RIAA = Recording Industry Association of America. Orgaan dat oa. de gestandaardiseerde curve voor correctie van opname en weergave bij de LP heeft voorgeschreven.

dB = deciBel, 1/10 van een Bel, genaamd naar Alexander Graham Bell de telefoonpionier. Logaritmische (verhoudings)eenheid, ingevoerd omdat ons gehoor logaritmische curven heeft.

AUX = auxiliary, extra (ingang)

XLR = 3 (of meer) -polige plug, ook wel Cannon genoemd. Voor symmetrische signaaloverdracht.

DSP = Digital Signal Processor. Digitale manipulatie van en signaal.

0 dBfs (full scale) = maximale signaalamplitude. Meer dan alles "1" is niet mogelijk.

Hz = Hertz, eenheid van frequentie.

SMPTE = Society Of Motion Picture (and Television) Engineers, verantwoordelijk voor o.a. standaardisering van timingsignalen, eerst synchronisatie bij film/geluid, daarna ook bij digitale video/audio.

DTMF = Dual Tone Multi Frequency, met 2 tonen een groot aantal functies kunnen bedienen. Bekend van de telefoon.

AES = Audio Engineering Society, wereldwijde club van mensen die professioneel iets doen in audio.

EBU = European Broadcast Union, vereniging van Europese omroepen (in technisch verband).

MIC = microfoon.

GND = ground, aarde, massa, nul.

DIN = Deutsche Industrie Norm(ierung), verouderde hifi-standaarden. Wel geupdate maar weinig meer in gebruik. De USA tegenhanger is de IHF (Institute of High Fidelity).

MIDI = Musical Instruments Digital Interface, een communicatieprotocol tussen muziekinstrumenten, besturingen en computers. Verwant aan RS232 datacommunicatie.

LOOP = een lus, onderbreking tussen bijv. voor- en eindversterker om er 'iets" tussen te hangen. Bijv. een Kube van KEF of een equalizer.

S/PDIF = Sony/Philips Digital InterFace, protocol voor overdracht van digitale audiosignalen. Speciaal geval: AES/EBU, de pro standaard. Symmetrisch en op XLR.

RPM = Revolutions Per Minute, omwentelingen per minuut dus. Voor LP 33 1/3e, voor CD 500 tot 200 (afhankelijk van waar de laser zich bevindt).

MPX = MultiPleX. Komt voor in verband met stereosignalen bij FM-tuners. Het zgn. MPX-filter op tapedecks dient ervoor een bepaalde piloot-toon eruit te filteren bij opname van FM stereo bronnen.

SPL = Sound Pressure Level, een maatstaf voor de geluidssterkte.

In dB (ongewogen of gewogen gemeten met A of C-curve).

AlNiCo = Aluminum,. Nickel, Cobalt. Legering voor speakermagneten (verouderd).

CRT = Cathode Ray Tube, kathodestraalbuis. Beeldbuis van oudere TVs en oscillocsopen.

LCD = Liquid Crystal Display, plat alternatief voor beeldschermen.

HDMI = High Definition Multimedia Interface. Protocol voor datatransport van digitale audio- en videosignalen.

HDCD = High Definition Compact Disc. Verouderd systeem voor een verbeterde CD weergave. Variant: XRCD van JVC.

SACD = Super Audio CD. Verbetering op de CD standaard met uitgebreide samplerate en woordlengte. Kan worden gebruikt voor betere twee kanaals weergave of multichannel "standaard CD" weergave.

DVD = Digital Versatile Disc (en NIET Digital Video Disc). Multimediaschijfje, video + audio. Beoogde opvolger: HD-DVD, is het niet geworden.

Blu-ray = opvolger van DVD met verbeterde kwaliteit.

BNC = Baby N-Connector. Komt voor op meetapparatuur en pro-audio en -video. Bajonetsluiting.

RCA of Cinch = de bekende tulp-plug voor audio (en soms video). NB: cinch is USA slang voor 'vast en zeker!', wat de meeste cinch pluggen NIET zijn.

IEC-steker = 3-polige netspannings-steker.

Chassisdeel = het deel dat vast zit in een apparaat, dus de ontvangende kant. Meestal "vrouwelijk", behalve bij netspanningsaansluitingen.

DIN-steker = verouderde stekers en chassisdelen voor transport van analoge audio, kwam veelvuldig voor op Europese audio apparatuur in de jaren '70 en '80. B&O en Naim gebruiken het nog steeds, deels ook voor extra datatransport tbv. afstandbediening.