Bekabeling

Uit Hifiwiki.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

Pagina over bekabeling

Luidsprekerkabels

Deze sectie zal op een eenvoudige manier antwoord geven op de vraag ¨Welke kabel moet ik nu gebruiken?¨. Dit aan de hand van een aantal aannames die geldig zijn voor een groot deel van de toepassingen. De lezer moet daarbij denken aan uiterste waarden voor luidsprekerimpedanties, de te gebruiken lengte en eigenschappen van de sturende versterker. Merk op dat een volledige uitwerking een complex geheel is, maar niet relevant voor de meeste toepassingen.

Het meest eenvoudige antwoord op de vraag welke kabel te gebruiken is: ¨Bij die kabel waar jij het beste gevoel bij hebt¨.

Een iets minder eenvoudig antwoord bestaat uit een wedervraag: ¨Hoe vlak is de impedantiecurve van de aan te sluiten speaker?¨. Is die vlak (zonder daarbij uitvoerig in te gaan op hoe vlak dan precies), dan is het antwoord: ¨Elke kabel van voldoende dikte volstaat.¨. Hierbij wordt de dikte alleen bepaald door de stroom die benodigd is.

In de praktijk is het zo dat iets meer bekend moet zijn om een minimale dikte qua diameter te adviseren. De oppervlakte van de geleider is hier de doorslaggevende factor. De frequentie van de door te geven signalen is dermate laag dat een eenvoudig RLCG rekenmodel gebruikt kan worden. Maw, het is geen transmissielijn. Geadviseerd wordt een kabel van koper, dit is een prima geleider en goed verkrijgbaar. De liefhebbers van zilver kunnen ook prima uit de voeten met hun keus, weliswaar tegen een hogere kostprijs omdat zilver kostbaarder is. De winst in geleidbaarheid is koper:zilver = 17,5:16 = 1:0,91 en is dus ruwweg 9%. In plaats van 5 meter luidsprekerkabel van koper kun je met zilver 45 cm langere kabel nemen. Die 9% moet overigens niet gezien worden als een winst op andere vlakken. In de praktijk blijkt de winst in geleidbaarheid een factor te zijn die nauwelijks meespeelt. Dit omdat andere verhoudingen meer gewicht in de schaal leggen.

Om de lezer een gevoel te geven voor de diameter van de te kiezen kabel, volgt een voorbeeld waarbij de uitersten zo gekozen zijn dat ze het leeuwendeel van de toepassingen vormt. Dat wil zeggen, houdt de lezer zich aan het advies, zal de lezer zich geen buil vallen. Er worden minimale oppervlakten gegeven.

lengte kabel [m] (koper) min diameter Δ = 0,3 dB min diameter Δ = 1 dB min diameter Δ = 2 dB
5 (1) 1,6 mm² 0,38 mm²
10 (1) 3,4 mm² 0,77 mm²

(1) : dempingsfactor te laag om hier een zinnig antwoord te krijgen, ofwel de dempingsfactor is te bepalend en te laag

De crux achter een goed antwoord op de vraag welke kabel er gebruikt moet worden, is de mate van variatie van belastingsimpedantie (en theoretisch de variatie van de bron- en kabelimpedantie, hoewel die laatste klein tot erg klein is). In bovenstaand overzicht is een versterker gekozen met een dempingsfactor@8ohm = 40 en de variatie van de speaker is van 2 tot 12 ohm. De lengte van de kabel is gekozen op 5 en 10 meter. Het verschil in akoestische output tgv het niet goed onder controle houden van de speaker is aangegeven in dB´s: 0,3; 1 en 2 dB. Er bestaat nog steeds verschil in inzicht in wat wij als mens als verschil kunnen horen. De een claimt 0,3dB, een ander houdt het op 1dB en weer een ander zegt 2dB. Wellicht dat een waarde van 1dB een goed uitgangspunt is (just to be on the safe side). Stel dat men 5 meter aan kabel wil gebruiken dan blijkt 1,6 mm² groot genoeg te zijn. Tsja, en 1,5 mm² is dan ook nog wel goed genoeg.

Dezelfde berekening is gedaan bij een versterker die een dempingsfactor heeft van 200:

lengte kabel [m] (koper) min diameter Δ = 0,3 dB min diameter Δ = 1 dB min diameter Δ = 2 dB
5 3,9 mm² 0,7 mm² 0,28 mm²
10 7,8 mm² 1,3 mm² 0,57 mm²

Mits de dempingsfactor minimaal 200 is, is het kennelijk voldoende om een draaddiameter van minimaal 0,7 mm² te gebruiken bij 5 meter kabel en een speaker die dipt naar 2 en piekt naar 12 ohm. Is de dempingsfactor minimaal 40, volstaat 1,5 mm² bij een lengte van 5 meter kabel.

Groet, Jacco

Signaalkabels

Analoge signaalkabels

Ongebalanceerd

Gebalanceerd

Digitale signaalkabels

SPDIF, TosLink

USB, HDMI, Ethernet

Deze kabels komen uit de computertechniek en kunnen gebruikt worden voor verschillende doeleindes (USB, Ethernet).

HDMI kabels worden gebruikt om primair beeld, maar in de meeste gevallen ook geluid door te geven. Er zijn verschillende versies, oplopend van 1.0 tot 2.0. Waarbij elke versie meer bandbreedte geeft en dus een hogere videoresolutie toestaat. Ook geven de nieuwere kabels meer mogelijkheden ten opzichte van audio: DVD audio, Dolby True Digital.

USB is tegenwoordig de universele standaard voor het aansluiten van randapparatuur. Op audio gebied moet men dan denken aan headsets, geluidskaarten, MIDI modules, etc. De hardware purist zal liever voor een interne PCI(e) uitbreidingskaart kiezen, omdat dit de processor ontlast en in sommige gevallen vanwege de specifieke geluidschip die op de kaart zit.

Ethernet (IEEE 802.3) is de standaard waarmee computers over een LAN (local area network) verbinden, alhoewel men tegenwoordig Ethernet steeds vaker gebruikt in WAN technieken. Ethernet specificaties bevinden zich op laag 1 en 2 (fysieke en data laag) van het OSI model. Bovenop Ethernet wordt vaak de laag 3 technologie TCP/IP toegepast.

In een ethernetnetwerk luistert de computer continu naar andere computers en verstuurt enkel data als "lijn" vrij is. Gebeurt er een toch gelijktijdige datazending, dan ontstaat een zgn. collision (botsing). Dit zorgt voor een slechte performance, zeker wanneer meerdere stations in het netwerk worden opgenomen. Dit kwam vroeger vaker voor in netwerken met hubs, terwijl er tegenwoordig vaker switches gebruikt worden die dit fenomeen minimaliseren. De technologie waarmee Ethernet data-verzending controleert heet CSMA/CD (Carrier Sense Multiple Access with Collision Detection).

Enkele veel voorkomende fysieke ethernetverbindingen via TP (twisted pair) kabels zijn: 100BASE-T (Cat 5),1000BASE-TX (Cate 5e), 10GBASE-TX (Cat 6a). Er zijn ook glasvezel varianten (o.a. 1000Base-SX, 1000Base-LX), alhoewel deze niet of nauwelijks buiten het bedrijfsleven gebruikt worden in verband met de kosten.